Naar een Natuurwinstplan voor het IJsselmeergebied

Een Natuurwinstplan voor het IJsselmeergebied en hoe dat te bereiken

Frans de Nooij. IJsselmeervereniging

  1. Inleiding. Van parkeren op een dieptepunt naar herstel van robuuste natuur?

Dit artikel geeft een impressie van wat er speelt bij de pogingen weer een robuuste natuur tot stand te brengen in het IJsselmeergebied en reageert op enkele recente rijksnota’s: De beslissing Projectmatige Aanpak Grote Wateren derde fase;  het Natuurwinstplan Grote Wateren; Water en Bodem sturend. Tegen de achtergrond van recente onderzoeksresultaten en inzichten.

Vanuit het perspectief dat niet , zoals nog te vaak gesteld, handhaven van het huidige niveau de norm zou moeten zijn, maar herstel van een zo robuust mogelijke natuur!  Het eindigt met een aantal voorstellen vanuit de IJsselmeervereniging om het proces te versterken en het resultaat te verbeteren.

Algemeen aanvaard is toch wel dat de Afsluitdijk, naast de voordelen voor veiligheid  en voedselproductie ook een ecologische ramp heeft veroorzaakt: het afsluiten van een brakke zeearm met getijden en productieve zoet/zout overgangen. Met drastische gevolgen voor de onderwaternatuur en voor de daarvan afhankelijke vissen en vogels. Minder bekend is dat na decennia van wegkijken in de jaren 80 en 90 de  natuurlijke condities nog verslechterden  door de fanatieke waterzuivering ingevolge de Europese Kaderrichtlijn Water. Waardoor de basis van het ecosysteem in het IJsselmeergebied verder werd verzwakt.  Gelukkig zijn  er in het laatste decennium een aantal pogingen ondernomen het tij te keren door de aanleg van onderwaternatuurgebieden aan de randen, door de aanleg van eilanden en door projecten voor binnendijks-buitendijks natuur. Een artikel over de toestand van de natuur geschreven door Barbara van Beijma is opgenomen in IJsselmeerberichten 2022. IJsselmeerberichten 2022

  1. Onderzoek als motor voor verandering en als kompas

 2a. Het ANT onderzoek. 2009-2013

Rond 1990 was het door de vele tellingen en waarnemingen wel duidelijk dat de natuur in het Markermeer er heel slecht voorstond en dat die in het IJsselmeer ook erg achteruitgegaan was. Helaas zijn voor het IJsselmeer en het Markermeer-IJmeer slechts instandhoudingsdoelen bij de aanwijzing van de Natura 2000 gebieden vastgesteld. Besloten werd namelijk geen herstelopgave te formuleren voor een tiental vogelsoorten waarvan de aantallen voorafgaande aan het formuleren van de doelen, dus in de jaren tachtig sterk waren afgenomen. In plaats daarvan zijn behoudsdoelen opgesteld op basis van de situatie in de periode 1990-2003.

Wel werd gelukkig ook besloten  grondig uit te zoeken wat de oorzaken van de achteruitgang en de herstelmogelijkheden waren. Van 2009 tot 2013 werd daarvoor de breed opgezette ANT studie gehouden. De Autonome Neergaande Trendstudie in het IJsselmeergebied. >> link naar Wetenschappelijk eindadvies ANT-IJsselmeergebied<< Met als onderzoeksvragen: 1) welke mechanismen zijn de grootste veroorzakers van de neergaande trend? 2) zijn de huidige instandhoudingsdoelen haalbaar zonder aanvullende maatregelen? 3)  welke (grootschalige)maatregelen zijn effectief om de  doelen te bereiken? 4) Welke kosten zullen met het eventuele herstel gemoeid zijn?

De voornaamste oorzaak van de slechte staat van vogels en vissen bleek de afnemende voedselbeschikbaarheid. De afname van (visetende water)vogels blijk slechts in beperkte mate veroorzaakt door externe (internationale) factoren. Maar is vooral door lokale omstandigheden in IJsselmeer, Markermeer en IJmeer  veroorzaakt. Hoofdoorzaak is de afname van de (aanvoer van) voedingsstoffen in het water. Dit leidt bijvoorbeeld tot een lagere kwaliteit van vlees in mosselen en verminderd voedselaanbod voor benthos(bodemleven)-eters. De afname van de populatie spiering leidde tot minder voedsel voor viseters. In het Markermeer was de situatie veel slechter dan in het IJsselmeer. Minder vlees aan de mosselen en veel minder spiering.

Voor de meeste (vogel)doelsoorten zijn dan ook de instandhoudingsdoelen niet haalbaar zonder  maatregelen. De ANT vogelsoorten reageren sterk op de daling in aantallen van hun klassieke prooisoorten als gevolg van de afname van de aanvoer van nutriënten. De hoofdoorzaak van de neergaande trends, de afname van de hoeveelheid voedingsstoffen kan helaas niet structureel met maatregelen worden weggenomen stellen de onderzoekers. Dit komt door de normen voor nutriënten in het water die zijn vastgelegd i n de Europese Kaderrichtlijn Water. Wat de onderzoekers wel aanbevelen is het systeem robuuster maken door de habitat- en soortendiversiteit te vergroten. Met name onderwaterhabitat.  Dit kan door gradiënten in waterdiepte aan te brengen en doorzicht, te bevorderen door een betere ontwikkeling van land-water  overgangen en door betere verbindingen met de omgeving. Het stimuleren van diversiteit in de waterplantrijke habitat verhoogd het voedselaanbod. Het stimuleren van doorzicht (helder water) op plekken die zich daarvoor lenen. De visserij beperken , de intrek van vis bevorderen ende uitspoeling bij de Afsluitdijk reduceren. De aanleg van eilanden noemen de onderzoekers niet.

Mede door deze aanbevelingen is er voor het IJsselmeergebied , in het kader van de Projectaanpak Grote Wateren (PAGW) een reeks gebieden  aangewezen waar  deze ontwikkelingen (zouden) kunnen plaatsvinden.  Ontbrekende  habitattypen en een gezond voedselweb staan daarbij centraal. Met name is aandacht voor waterplantrijke habitats (overstroombare natuur).

2c. Natuurthermometer 3 en Trendanalyse 2012-2022 IJmeer-Markermeer

 Voor ecologie, woningbouw en mobiliteit hebben Rijk en regionale overheden in het Rijk-regioprogramma Amsterdam-Almere-Markermeer (RRAAM) ruim 10 jaar geleden ambities vastgelegd. Voor ecologie is dit vertaald naar de ontwikkeling van een Toekomstbestendig Ecologisch Systeem (TBES).Bij de RRAAM afspraken hoorde ook een voornemen over onderzoek: via de zogenaamde Natuurthermometer zal zo goed mogelijk gebruik gemaakt worden van onderzoek naar de staat van de natuur en zullen adviezen kunnen worden geformuleerd voor verbeteringen in de ecologische condities. Zeker voor het IJmeer,  maar  ook voor het hele Markermeer.

In de in juli 2022 verscheen de derde Natuurthermometer  en is op basis van de drie thermometers over negen jaar in de Trendanalyse Wetenschappelijk eindadvies ANT-IJsselmeergebied (wur.nl) een  beeld geschetst van de gewenste ecologische ontwikkeling van het Markermee-IJmeer. Er zijn trendanalyses opgesteld van habitats en soorten vogels uit Natura 2000 gebieden. Er worden trends over de waterkwaliteit gegeven , vanuit de Kaderrichtlijn Water en  de effecten van de lopende natuurprojecten worden in kaart gebracht evenals de effecten van menselijke ingrepen. Ook worden de effecten van toekomstige natuurmaatregelen en andere plannen ingeschat.

De belangrijkste conclusies en aanbevelingen zijn:

  • Er is nog geen Toekomstbestendig Ecologisch Systeem! Het systeem is nog niet robuust. Dat blijkt onder meer uit de recente afname van waterplanten en mosselen, na jarenlange toename. Niet alle Natura 2000 doelen worden gehaald .Er is nog geen duidelijke verbetering van de waterkwaliteit waargenomen.
  • De Natura 2000 thermometer vertoont een positieve trend door natuurmaatregelen zoals Trintelzand en Marker Wadden  en door het zich ontwikkelen van heldere randen met waterplanten en het realiseren van visverbindingen. Ook een aantal vogelsoorten vertoont een positieve trend.
  • De  belangrijkste opgave is nog de realisatie van een groot oppervlak land-water overgangen > doorontwikkeling Marker Wadden, Achteroevers N-H kust, Oostvaardersoevers. (Niet genoemd wordt verder ontwikkelen van natuurvriendelijke oevers bij de Houtribdijk!! Ook niet de waterplantenproblematiek)
  • Er is behoefte aan een uitgebreider monitoringsprogramma en een meer structureel onderzoeks programma voor het gehele IJsselmeergebied. Gedeeltelijke continuering van binnenkort aflopende programma’s zoals het KIMA.
  • Thema’s voor onderzoek zijn: a) de productiviteit van het voedselweb, b) de betekenis van diepe putten, c) meer inzicht in beheer en ontwikkeling van rietmoerassen, d) het lange termijneffect van natuurmaatregelen. d) een globale inrichtingskaart waarop wordt aangegeven welke maatregelen op welke plek geschikt zouden zijn.
  • Over de verbetering van de waterkwaliteit worden gen aanbevelingen gedaan. Wel wordt die genoemd als een cruciale factor voor succes.

2c.Kansen en Knelpunten voor natuurwinst  in 2050 voor Vogel- en Habitatrichtlijndoelen in het IJsselmeergebied.  Onderzoeksrapport WUR . 2022 Kansen en knelpunten voor natuurwinst in 2050 voor Vogel- en Habitatrichtlijndoelen in het IJsselmeergebied | Publicatie | PAGW

  1. Projectmatige aanpak Grote Wateren (PAGW)

In  2018 verscheen het Ontwikkelingsperspectief Grote Wateren . In opdracht van de ministeries van IenW en LNV werd verkend wat er nodig is om de grote wateren (Delta, Rivieren, IJsselmeergebied, Waddenzee) ecologische gezond en toekomstbestendig te maken. Via een maatregelenpakket moest de natuurlijke dynamiek worden teruggebracht met de ecologische processen die daarbij horen.: De Programmatisch Aanpak Grote Wateren.

Voor het IJsselmeer werd in de fasen 1 en 2 een aantal projecten benoemd en uitgewerkt. Sommige zijn al uitgevoerd (Marker Wadden); andere zijn gestart(Friese IJsselmeer Kust) of worden nog bestudeerd(Oostvaardersoevers); ook is er een project dat fors werd bestreden en dat is verschraald(Wieringerhoek) en tenslotte zijn er ook projecten die zijn genoemd, maar waar te laat aan is begonnen(de Noord-Hollandse kust van het Markermeer. Waar nu een veelomvattend doel is geformuleerd, maar waar door de rucksichtslose dijkverzwaring de verbetermogelijkheden onder zond en steen zijn  terechtgekomen of te duur worden).                  

    ??formele evaluatie stand van zaken fase 1 en 2??

Vorig najaar is de minister van IenW  met een vervolgvoorstel gekomen voor fase 3 > van 2023 tot 2035. Deze paragraaf gaat in op dit voorstel.

Kanttekeningen vanuit het Bestuurlijk Platform IJsselmeergebied bij het eerste voorstel voor de derde tranche PAGW (najaar 2022):

  • Een samenhangende integrale aanpak en goede bestuurlijke samenwerking zijn nodig. Dat is nog niet goed geregeld.
  • Per regio een samenhangende benadering van alle op elkaar betrokken projecten. Geen alleen sectorale aanpak van groene projecten, maar streven naar samenhang
  • Een adaptieve aanpak met mogelijkheid van bijsturing
  • De huidige manier van PAGW financiering sluit niet goed aan op de gewenste integrale  benadering van opgaven. Er moet ook mogelijkheid zijn voor samen optrekken met andere functies, zoals recreatie.
  • Het BPIJ heeft besloten kennis te nemen van de ingediende voorstellen en voelt zich niet “in de  positie “ om een prioritering of fasering aan te geven. Een wonderlijke stelling gelet op de decentralisatie van  natuurbeleid naar de provincies.

Ingediende projecten derde tranche PAGW( 2025-2033} vanuit het IJsselmeergebied en toekenning door de minister. Selectie projecten 3e tranche PAGW | Rapport | Rijksoverheid.nl naar Kamerstuk

  1. Doorontwikkeling Marker Wadden >> On hold gezet. Misschien na 2033 heroverweging.
  2. Friese IJsselmeerkust >> derde tranche gedeeltelijk
  3. Geleidelijke landwaterovergangen bij Klimaatbuffer PWN >> mogelijk na 2033
  4. Wieringerhoek. Geleidelijke zoet-zoutovergang bij den Oever>> mogelijk na 2033. (Vergroening kustzone buitendijks en zo mogelijk ook binnendijks wordt niet (meer) genoemd. Het beoogde project lijkt verdampt).
  5. Kansrijke projecten IJssel-Vechtdelta >>  akkoord/indien budget
  6. Onderzoek naar de Onderwaterwereld >> niet opgenomen. Maar valt (wellicht) onder het onderzoekspotje van de PAGW te brengen.
  7. Optimaliseren Oostvaardersoevers >> akkoord
  8. Preverkenning ecologie/natte natuur Amsterdam Bay Area >> ??
  9. Preverkenning natuurlijke achteroevers . Is gehonoreerd en start december 2023.
  10. Versterking IJsselmeerdijk (natuurontwikkeling vooroevers) >> niet  opgenomen
  11. Zuidelijke Randmeren – Een robuust ecosysteem>> nu preverkenning; misschien na 2033

Commentaar

Opvallend is dat zoveel op de lange baan wordt geschoven.  Soms omdat er grote projecten in Zeeland of elders zijn die misschien doorgaan.  Maar een helder financieel overzicht is er niet. Maar in ieder geval lijkt er te weinig bewegingsruimte te zijn om echt door te pakken voor het hele gebied.

Hoe zit het dan met de verplichtingen vanuit Europa? Noodzaken die niet tot meer middelen en een versneld proces. Moet de Kamer daar niet over oordelen? Er wordt in het Kamerstuk niet over gesproken en er ontbreekt een beleidskader waarin deze aspecten worden besproken. Nu ontstaat toch een beetje het beeld van een onverplichte vrijblijvende operatie.

Met de aanbevelingen van het Bestuurlijk platform IJsselmeer lijkt weinig gedaan. Maar dat kan bij de uitvoering misschien nog komen.

Met betrekking tot de individuele projecten het volgende:

  • Wij kunnen het eens zijn met het langer nadenken over uitbreiding van de Marker Wadden. Vanuit het behoud van zoveel mogelijk open water vinden wij grootschalig plannen so wie so ongewenst. De  ANT onderzoekers noemen eilanden ook niet als oplossings categorie en de evaluatie van wat  nu is aangelegd heeft zeker 10 tot 15 jaar nodig. Nog afgezien van de te verwachten onderhoudskosten.
  • De Wieringerhoek is in feite sterk uitgekleed. Zonder dat dat met zoveel woorden is gezegd.  Na een ambitieuze start van de planontwikkeling lijkt de vergroening van de kustzone aan beide kanten van de dijk verdampt. Men werkt nu aan de studie naar de zoet zout varianten bij den Oever en de studie voor een pilot zonne atollen. De discussie over een natuurvriendelijk dijklandschap parkeren is begrijpelijk gelet op de discussie over zonne atollen, maar zo maar een mooie groen/blauwe ambitie bij het oud vuil gaat te ver!
  • Het onderzoek en ontwerp naar de een voor de natuur betere inrichting van het  onderwaterlandschap kan veelbelovende mogelijkheden ontsluiten.  Kan wellicht worden betaald uit onderzoekspotje PAGW. Dus gewoon oppakken. Daar liggen goede mogelijkheden. Het gaat hier ook niet over miljoenen.
  • De versterking van de IJsselmeerdijk tussen Lelystad en Ketelbrug is door Waterschap Zuiderzeeland opgevat als een integrale ontwerpopgave met veel oog voor de natuurlijke potenties. Deze aanpak verdient lof . Als daar PAGW geld voor nodig is verdient dat alle steun.

Dr. Harm van de Geest van de Universiteit Amsterdam stelt dat : “ inde PAGW aanpak een adequaat onderzoeksplan ontbreekt om te evalueren of de projecten daadwerkelijk bijdragen aan de doelen. Huidige monitoring(als die er al is) geeft vaak wel enigszins inzicht in de veranderingen in de lokale toestand (meer vogels, meer vis) maar dan is er nog geen inzicht in de mechanismen   van huidige projecten  en in welke mate een ingreep een bijdrage levert aan het functioneren van het systeem. Monitoring is niet hetzelfde als onderzoek. Doordat dat ontbreekt kan je ook weinig leren van huidige projecten en  zijn  nieuwe projecten moeilijk te beoordelen. Het gebrek aan visie samen met gebrek aan het leren van de genomen maatregelen is een echte tekortkoming van de PAGW aanpak”.

. Trendanalyse  Evaluatie eerste fasen Tussentijdse evaluatie samenwerking regio en Rijk PAGW | Rapport | Rijksoverheid.nl.  Aanbevelingen

  1. Natuurwinstplan Grote wateren. Op zoek naar bewegingsruimte voor natuur

Als resultaat van het Europese Life IP Deltanatuurproject verscheen in 2021 het Natuurwinstplan Grote Wateren > Waddenzee, IJsselmeergebied, Delta en Grote Rivieren. Natuurwinstplan Grote Wateren 2021 (life-ip-deltanatuur.nl) Het is in feite nog helemaal geen plan maar de handleiding om tot een Natuurwinstplan te komen.  Heel actueel voor het IJsselmeergebied. Waar het wemelt van de projecten, maar een “masterplan” ontbreekt.

Terecht wordt als uitgangspunt gekozen “dat een transitie nodig is in het denken over de natuur in de Grote Wateren” : We moeten voor alles werken aan robuuste, veerkrachtige ecosystemen. Dat betekent natuurlijke processen verbeteren, nieuwe leefgebieden tot ontwikkeling laten komen en goede verbindingen creëren met de omringende natuur. We moeten uitzoomen van specifieke doelsoorten naar ecosystemen en natuurlijke processen die kansrijk zijn.

“Een bestuurlijk gesprek over de randvoorwaarden voor robuuste ecosystemen is dan ook een cruciale schakel in het natuurwinst denken”. Zo wordt terecht gesteld. In het IJsselmeergebied lijkt dit gesprek helaas nog te moeten beginnen. Als we letten op het recente PAGW proces.

De weg naar een Natuurwinstplan kent volgens het rapport de volgende stappen:

  1. Het in beeld brengen van de ecologische potentie in 2050. Hiervoor komt een verbeterde methode beschikbaar van Wageningen Research*). In 2022 en 2023 worden hiermee gedetailleerde streefbeelden voor alle grote wateren opgesteld. Daarna worden die in een iteratief proces verder aangescherpt. Hoe kunnen we de ecologische potentie verder verbeteren om alle Natura 2000 doelen beter te bereiken is daarbij het uitgangspunt.
  2. Daarna kunnen alle partijen om tafel om per gebied vast te stellen welke robuuste ecosystemen tot ontwikkeling kunnen komen en onder weke maatschappelijke randvoorwaarden.
  3. De jaren daarna moeten de voorgenomen maatregelen worden geoptimaliseerd in de nieuwe generatie Natura 20000 beheerplannen en bij de zesjaarlijkse evaluatie van de PAGW. Goed monitoren is daarbij essentieel.
  4. Periodiek Doelen herordenen om ze beter in te passen in het beoogde robuuste ecologische systeem. Doel is de bescherming van de soort of van het habitattype steeds goed te borgen.

Essentieel is daarbij een goede samenwerking tussen het ministerie van natuurbeleid, het ministerie van waterbeleid, de particuliere terreinbeheerders , de  natuurorganisaties en de provincies.

De bedoeling is de grondslag te leggen voor een of meerdere ecologische streefbeeld(en) voor (delen van) het IJsselmeergebied. Op basis van een ecosysteembenadering. Het is een expertoordeel over de haalbaarheid van zestig vogel- en habitatrichtlijndoelen. Ook wordt ingegaan op de haalbaarheid  in relatie tot de klimaatdoelen. Tevens zijn knelpunten en mogelijkheden voor natuurwinst in kaart gebracht, Deze aanpak is een eerste oefening die verder uitgewerkt kan worden wanneer meer bouwstenen gereed komen.

De toename van inundatiegraslanden , overstroomd leefgebied , ondiep water met onderwatervegetatie,  rietmoeras en matig diep areaal is gunstig, maar alleen als de habitatkwaliteit in orde is. Deze milieutypen worden alle van een streefbeeld voorzien. Opvallend is dat eilanden Ingediende projectenwinstmogelijkheid? Maar de toename van geleidelijke land-waterovergangen faciliteren  volgens de onderzoekers de beschikbaarheid van geschikte Habitats voor veel vogels. Voedselbeschikbaarheid voor vogels op lange termijn kan overigens wel een knelpunt worden. En is dat soms nu al! Of de  beoogde ingrepen dit kunnen verhelpen is tot nu toe niet vast te stellen. Waar verbindingen met het achterland mogelijk zijn kan natuurwinst met meer terrestrische habitats  worden gevonden.

Deze voorgenomen aanpak zou wel een enorme verbetering zijn na alle afbraak van natuurbeleid sinds Rutte 1. Het is eigenlijk een terugkeer naar het natuurbeleid van de jaren 80 en 90.  Streven naar robuuste natuur, niet alleen in aangewezen natuurgebieden, maar eigenlijk overal. Het doet echter wel een stevig appel op een goede samenwerking tussen overheden en tussen de overheid en (groene) belangenorganisaties. Dat loopt in het IJsselmeergebied nog niet zoals het zou moeten. Daarom is het PAGW project van groot belang. Zo ook de steun in de rug vanuit Europa en de daar gehanteerde stevige inhoudelijke en juridische onderbouwing voor natuurherstel.

  1. Water en bodem sturend

Op 25 november stuurde de minister van Infrastructuur en Waterstaat een brief aan de Tweede Kamer met de titel “Water en Bodem sturend”.

Kabinet maakt water en bodem sturend bij ruimtelijke keuzes | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl Hierin worden voor heel Nederland  de lijnen uitgezet voor het toekomstige beleid voor oppervlakte- en grondwater. Met het oog op het zeer noodzakelijke verbeteren van de waterkwaliteit, maar zeker ook om maatregelen aan te kondigen om het verwachte watertekort in de droge tijd te voorkomen. Veel aanwijzingen voor planologie wen beleid van waterschappen en rijk in relatie tot noodzakelijk waterbeheer. Het IJsselmeer krijgt als nationale watervoorraad expliciet aandacht in het  beleidsvoornemen:

“Het IJsselmeergebied is niet alleen onze nationale regenton, maar vervult ook een grote rol in de waterhuishouding van ons land. Veel wateropgaven komen hier samen en staan onder druk, zoals waterkwaliteit, zoetwatervoorziening, waterafvoer en Natura 2000 doelen.. Tegelijker tijd is de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteit van het gebied van grote waarde”.

De volgende beleidsvoornemens/uitgangspunten worden genoemd:

  1. Rekening houden met grotere peilfluctuaties van 20 naar evt 50 cm. Hiermee wordt de zoetwatervoorziening vanuit het IJsselmeer geborgd. Dus rekening houden met een grotere zoetwaterbuffer en meer bergingscapaciteit.
  2. We verzoeken provincies, waterschappen en gemeenten zowel op de dijkenbiodiversiteit te bevorderen, als binnendijks naar ruimte te zoeken voor natuurlijke achteroevers. Hiermee zorgen we voor robuuste watersystemen.
  3. Geen nieuwe landaanwinning (eilanden) toestaan. Wel ruimte laten voor de ontwikkeling/aanleg van “overstroombare natuur “ om te voldoen aan de Natura 2000 en de PRW doelen.
  4. De Omgevingswet en de   voorwaarden voor buitendijks bouwen worden aangescherpt.

Het Rijk zal de komende jaren in overleg met de regio het beleid rond buitendijkse ontwikkelingen actualiseren en daar de regelgeving op aanscherpen.

Dit lijken stevige standpunten voor het optimaliseren van de “regenton” en het voorkomen van een “Pandemie van Eilanden”, waar we in IJsselmeerberichten najaar 2021 2021 IJsselmeerberichten najaar 2021 IJsselmeerberichten najaar 2021.IJsselmeer  Zwaar weer op komst. Frans de Nooij<<  over schreven. Maar Nederland zou Nederland niet zijn als er niet onmiddellijk enkele geitepaadjes of misschien wel olifantspaden werden geboden.

Natuurmonumenten stelt op zijn web site het volgende  over de toekomst van de Marker Wadden:  “Samen met het onderwaterlandschap is de eerste fase van de Marker Wadden 1300 hectare groot. Onze ambitie is de Marker Wadden een grote natuurarchipel te maken van in totaal 10.000 hectare” .Dat kan  dus iet doorgaan zou je zeggen. Desgevraagd had Natuurmonumenten geen commentaar paraat op deze situatie. Maar een gelopen race lijkt dit zeker niet. Want in de eveneens zeer recente Kamerbrief  over de PAGW derde fase wordt nog wel degelijk een opening geboden voor uitbreiding lijkt het. Daar staat dat voor de periode 2025-2033 voor de doorontwikkeling van de Markerwadden nu geen reservering wordt gedaan, maar dat de mogelijkheid wordt opengehouden dat die in een latere tranche, dus na 1933 alsnog word gehonoreerd.

 Ook een tweede mogelijke ontsnapping aan het verbod op nieuwe eilanden biedt de    minister zelf in de brief: “In een integrale verkenning kijken we naar kansen voor zonne-energie in combinatie met natuurontwikkeling in  de noordwesthoek van het IJsselmeer (het plan Buitendijk dus en of het mogelijke project Zon op Water) waarbij we voorkomen dat dit nadelig effect heeft op het waterbergend vermogen en de zoetwatervoorraad.” Over landschap als afwegingscriterium geen woord! (?in deze eendimensionale benadering?)

  1. Regionale visies
  • Bestuursovereenkomst  RRAAM/Amsterdam Bay Area; Panorama.  Trendrapport natuur 2022. Zie boven. Een toekomstbeeld voor de lange termijn ontbreekt. De bestuurlijke en ambtelijke organisatie rond de natuuropgave in het RRAAM gebied kan inspirerend zijn voor de organisatie in het gehele IJsselmeergebied.
  • Nationaal Park Nieuwland > zie  de in 2019 Uitgebrachte Ontwikkelingsvisie Ontwikkelingsvisie Nationaal Park Nieuw Land | Nationaal Park Nieuw Land
  • Vier natuurgebieden ontwikkelen tot een nationaal park
  • Nieuwland wordt versterkt als vogelparadijs van internationale betekenis
  • Nieuwland ontwikkelt zich tot een avontuurlijke vrijetijdsbestemming voor twee miljoen bezoekers per jaar
  • Nieuwland ontwikkelt zich flexibel en adaptief
  • Nieuwland geeft en levert energie
  • Nieuwland heefteen heldere organisatiestructuur
  • Nieuwland is van alle Nederlanders.
  • Friese kust  >>zie artikel IJsselmeerberichten najaar 2021. Op naar een ecologisch sterker en veiliger Friese IJsselmeerkust.  IJsselmeerberichten 2021 Najaar.

Voor de Friese kust zijn een aantal verbetertrajecten uitgezet. Met de ambitie de natuur in de kustzone robuuster te maken. Het artikel van Willem Goudswaard zet dat op een rij.

Friese IJsselmeerkust: versterken natuurwaarden | Rijkswaterstaat

  • Noord-Holland. Het beoogde project Wieringerhoek is sterk uitgekleed .Voor het noordelijk deel zijn er nu enkele kleinere projecten in studie:  vergroening buitenkant dijk aan te leggen waterbuffer van de PWN , zoet zout overgang bij den Oever. Maar een visie op de gehele kust ontbreekt en er wordt niets gedaan met de ideeën om binnendijks in de Wieringermeer ook stevig aan natuur te doen. Bovendien heeft de provincie duidelijk ingezet op de aanleg van een zonneatollen archipel en toont kennelijk geen behoefte aan serieuze vergroening van het dijklandschap. Idem overigens de gemeenten. De kustvisie van de gemeenten gaat voornamelijk over recreatie en bevat geen samenhangende visie op de natuurlijke oevers van het strakke dijklandschap.
  • In het Markermeer zijn wel een aantal kleine projecten in studie: Schardammer Koggen, Hemmeland, Waterland Oost(PON), Waterlandse Weiden en IJdoorn/Hoekelingsdam. Maar een visie op het geheel ontbreekt. Die had mooi kunnen worden opgesteld in het kader van de dijkverzwaring. Maar het Hoogheemraadschap heeft deze kans totaal genegeerd en de provincie en Rijkswaterstaat hebben zitten slapen of konden niet “inbreken”. Of er na de Startbeslissing PAGW Markermeerdijken nog ruimte is voor echte ecologische dynamiek moet worden afgewacht. Maar deze timing lijkt toch wel veel op een gemiste kans.
  1. Conclusies

We hebben nog steeds te maken met een aantal losse projecten. Er is veel recent onderzoeksmateriaal en daaruit zijn ook wel de belangrijkste uitgangspunten voor de gewenste ontwikkeling af te leiden. Maar er is geen door Rijk en provincies vastgestelde ecologische visie voor het geheel. Zo ontstaat het treurige beeld dat de provincies samen geen oordeel hebben kunnen formuleren over belangrijke natuurprojecten op hun grondgebied. Het is dus zaak de aanbevelingen van het project Natuurwinst om te zetten in breed gedragen beleid. De bal ligt voor het doel! Daarbij is het gewenst te werken met een holistische benadering. Dus de zaken die samenhangen ook in samenhang te bezien en aan te sturen vanuit een daarop toegesneden integrale governance.

De governance kan een stuk helderder. Nu kan de ene provincie een actief groen kustbeleid voeren en de andere provincie niet . Nu kan het ene waterschap dijkverzwaring opvatten als integrale opgave met ook natuurdoelen en het andere waterschap volharden in een klassieke, maar eenzijdige waterstaatsopvatting, met vernietiging van natuurlijke oevers en historische landschapswaarden. Nu kan de ene provincie windturbines  plaatsen met grote schade voor natuur en landschap en de andere provincie een weloverwogen landschapsbeleid voor windenergievoeren. Ook projecten van maatschappelijke organisaties, zoals de groene rand rond de klimaatbuffer van PWN moeten in het systeem worden opgenomen.    

Voor een effectieve sturing is het gewenst dat het Ministerie van Natuur weer actief aan het proces deelneemt. Dan pas kunnen ook goede relaties worden gelegd met verwante projecten. Zoals voor Zon op Water, zandwinning met natuurwinst , visserij en beheersing zout indringing.

Ook de financiering kan nog best eens kritisch worden bekeken. Ooit is voor de hele PAGW een bedrag naar beste weten geprikt. Maar dat betekent niet dat het ook het echte bedrag moet zijn dat past bij de ambitie om de natuur van de Deltawateren robuust te maken. Zeker nu blijkt dat nog al wat goede projecten in het IJsselmeergebied op de lange baan worden geschoven of wellicht niet eens bedacht worden. Voor het budgetrecht van Kamers en Staten is het goed eerlijk te laten zien wat we nastreven, wat een reëel bedrag daarvoor is en wat in kas is. Dan komt het budgetrecht van gekozenen ook echt tot zijn recht.

Er is veel onderzoek verricht en lopend, maar geen formele link tussen de resultaten van onderzoek en beleidsvoornemens. In de nota’s over het hele PAGW project komt het woord onderzoek niet voor.  Laat staan dat er budget voor is gereserveerd. Al schijnt dat nu wel het voornemen te zijn om per project een bepaald percentage voor onderzoek te reserveren.  Er moet structureel geld zijn voor natuur onderzoek. Op te nemen in de projectbegrotingen en beschikbaar voor niet alleen PAGW projecten, maar ook voor andere. In het RRAAM gebied is overigens wel ruimte voor onderzoek (natuurthermometer) en wordt er bij de beleidsontwikkeling en de evaluatie wel gebruik gemaakt van onderzoek.

Door de projectgerichte benadering ontbreken nu in de aanpak een aantal voor robuuste natuur belangrijke thema’s. Zoals:

  • Een project voor de verbetering van de waterkwaliteit. Die volgens het ANT rapport hoofdoorzaak is van de achteruitgang. Die is toch essentieel voor een goed resultaat zeggen wetenschappers. Het lijkt contraproductie blind achter Europese normen aan te jagen. Kern moet zijn: welke water is optimaal voor het noodzakelijke herstel van de natte natuur en wat zijn effectieve middelen voor verbetering
  • Herstel van dynamiek is een kerndoel in alle beleidsstukken. Maar wordt daar nu voldoende aan gedaan.? De IJsselmeervereniging pleit al lang voor een serieuze studie naar openingen in Houtribdijk en meer natuurlijke dynamiek rond de dijk. Ook kan er aandacht zijn voor projecten die de relatie binnendijkse en buitendijkse natuur verstevigen, zoals de ..polder. Denk ook aan bloemrijke dijken versus de klassieke groene dijken met schapen.
  • Wat ontbreekt is ook een visie en een project voor de waterplantenproblematiek in het Markermeer.  Hoe valt de door biologen verwachtte natuurwinst te combineren met een veilig en attractief milieu voor de (kleine) watersport.
  • Aanbevelingen

Het is heel mooi dat nu tempo wordt gemaakt met het herstel van de natuur in het IJsselmeergebied. Maar dat kan nog wel wat beter worden aangestuurd. Op grond van de behoefte aan een holistisch, integraal en gebiedsdekkend beleid voor het herstel van de (natte) natuur van het IJsselmeergebied doen we de volgende aanbevelingen:

  • Maak een natuurwinstplan voor het hele gebied of misschien twee. Een voor Markermeer en Randmeren en een voor het IJsselmeer. Met duidelijke doelen zoals voor noodzakelijke aanvullende natuurdoeltypen en voor het gewenste onderwaterlandschap.
  • Bekijk het holistisch. Dus kijk niet alleen naar natuur, maar ook naar recreatie, landschap, energie en zandwinning. Dat willen ook de provincies. Verbeter de governance en zorg voor een breed draagvlak. Bezie in het plan naast de PAGW ook een aantal andere projecten en maak het plan integraal en gebiedsdekkend. Kijk ook over de dijken.
  • Verbeter de verbindingen en zorg voor meer dynamiek in het systeem. Kijk bijvoorbeeld serieus of de Houtribdijk doorlatend kan worden gemaakt.
  • Begroot serieus wat nodig is en ga zo nodig de discussie aan ver meer middelen. Nu zijn een aantal belangrijke projecten op de lange baan geschoven.
  • Pak nu nog ontbrekende onderwerpen op zoals de waterplantenproblematiek , het onderwaterlandschap en de waterkwaliteit.
  • Leg een goede en duurzame relatie met onderzoek. Ook naar de verklaring van de waargenomen veranderingen in aantallen en soorten.